Wie en waar zou je willen zijn?
Een dromer tussen korenaren?
Een koning zonder onderdanen?
Een eenzame robijn
In een broche van filigrein,
Of het water van een fontein?
Een zwerver in bedauwde lanen,
Of toch de laatste zonnestralen
Op een verlaten strand?
Ik zou de Lente willen zijn
En over de Aarde willen zweven.
Alles schenk ik het nieuwe Leven,
Als ik het aanraak met mijn hand.
Aan het einde zou ik sterven
En jou liet ik alles erven,
Maar wil jij wel mijn Zomer zijn?
|
|