Wie of wat zou je willen wezen?
Een dromer tussen pekinezen,
Een konijn in de Vogezen,
Of een doodstille fontein?
Zou je met me willen treuren
Of ons van de lach bescheuren
En me in de majem pleuren?
O, wat zou dat heerlijk zijn.
Als je baas je zou koejeneren,
Zouden we hem mores leren.
Je zou zeggen: Krijg de klere,
Jij giftig brok venijn!
Dan werd je vast ontslagen,
Maar je zou je niet beklagen.
Om werk zou je niet vragen.
Het is heerlijk vrij te zijn.
We leren op ons vingers fluiten
En dan trekken we naar buiten
En verdienen onze duiten
Op bruiloften en partij'n.
Wat zouden we veel van elkaar houwen
Zonder ooit te hoeven trouwen,
Zonder tanden, zonder klauwen,
Zonder maar een centje pijn.
Maar,
Je hoeft er niet aan te beginnen,
Want 't zit niet goed van binnen.
Wij zijn slaven zonder zinnen
Van de konsumptiemaatschappij.