Wat moet je met zo’n idioot,
Een zaaier van paniek en dood,
Die haat preekt en verschrikking?
Die duizenden de dood injaagt
En steeds meer bloed en offers vraagt,
Wou je die smeken om een schikking?
Hij lacht je uit in je gezicht,
Terwijl hij brieven tot je richt
Die doden zonder woorden.
‘t Helpt een enkeling om zeep,
Maar houdt de wereld in zijn greep
En wurgt haar zonder koorden.
En pak je dit soort nazi aan,
Dan schermt hij met de halve maan
En laat zijn poppen dansen.
Hij dwingt je te denken zoals hij,
Genadeloos, elk recht opzij.
Lankmoedigen laat hij geen kansen.