Het Lopend Vuur deed de ronde in Beesd.
Wie is niet blij dat ie erbij is geweest?
Was het buikschuivend Beesd dan geen feest?
‘t Was bijkans een mirakel, zoals het begon:
Zij spreidde een theedoek in ‘t verlaten station
En vergeten was het ochtendgrauwen
De holle galm van de lege gebouwen,
Toen zich een geanimeerde discussie ontspon
Als dronken wij koffie op een terras in de zon.
We liepen te zingen langs de Linge
Over dansende dijken waar appels aan hingen,
Terwijl we alsmaar Mariënwaerdts gingen.
Naar Mariënwaerdt, naar Mariënwaerdt,
Naar Ma-rie-en-waerdt.
Daar wachtte verse koffie
Met een puntje taart.
Mariënwaerdt was gesloten
De sleutel was gebroken,
Maar Trudy werd jarig en zong er het lied
Van de olifant, die mocht zich niet stoten,
En zelfs dichte deuren deerden ons niet.
Naar feestelijk Beesd werd de tocht voortgezet.
Daar werd gehouden een tea-room banket
En de kopjes werden op tafel gezet.